Zorginstellingen die behalve jeugdhulp ook andere zorg aanbieden, hebben vaak geen goed inzicht in de financiële resultaten van hun jeugdzorgactiviteiten. Instellingen die er wel goed zicht op hebben zien dat jeugdzorg meestal verlieslatend is. De Jeugdautoriteit en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben daarom onderzoek gedaan naar gecombineerde instellingen. “Combi-instellingen vormen een risico voor de continuïteit van jeugdzorg.”

Jozien Snijders is bestuurder van jeugdhulpaanbieder Youz. Youz is onderdeel van de Parnassia Groep.

“Wij leggen al jaren geld toe op de jeugdhulp, maar dat houdt een keer op. We stoppen daarmee”, aldus Jozien Snijders, bestuurder van jeugdhulpaanbieder Youz. Youz is onderdeel van de Parnassia Groep, dat verschillende typen zorg aanbiedt. “In het verleden heeft Parnassia Groep er expliciet voor gekozen om jeugdhulp te blijven aanbieden. We willen graag een breed pallet aan zorg kunnen aanbieden aan onze cliënten.” Dat de jeugdhulp jarenlang verlies leed, werd noodgedwongen intern opgevangen. Beperkte opbrengsten van andere zorgonderdelen van Parnassia Groep zorgden ervoor dat Youz door kon blijven gaan. “Dat deden we vanuit de gedachte dat de geleverde zorg van Youz uiteindelijk toch vergoed zou gaan worden”, aldus Snijders. “Maar dat pakte in de praktijk steeds vaker anders uit. Daarnaast hebben alle onderdelen in de ggz het financieel steeds lastiger. Dit samen maakt het onhoudbaar om verliezen in de jeugdhulp nog langer te compenseren.”

Voor Snijders was de maat een paar jaar geleden vol. Ze besloot om aanbestedingen veel kritischer te benaderen. “We willen niet meer akkoord gaan met tarieven waarvoor het eigenlijk niet te doen is. Daarom stappen we regelmatig uit aanbestedingen; dit jaar al drie. Maar het liefst gaan we samen met regio’s in gesprek en laten we zien wat de reële tarieven van onze zorg zijn en wat we daarvoor doen. Het onderhandelen over tarieven gaat ons gelukkig steeds beter af.”

Sander Brok is onderzoeker bij de Jeugdautoriteit.
Barend Alblas is onderzoeker bij de Nederlandse Zorgautoriteit.

Samenwerking

De samenwerking opzoeken met de opdrachtgevers is ook een van de aanbevelingen in het rapport ‘Financiering jeugdzorg bij combinatie-instellingen’. “Daarvoor is het wel belangrijk dat je als aanbieder inzicht hebt in welke kosten je precies maakt”, zegt Sander Brok, senior onderzoeker bij de Jeugdautoriteit en een van de auteurs van het rapport. “Met die kennis kun je aan de regio laten zien waarom de tarieven te laag zijn.”
Helaas hebben lang niet alle combinatie-instellingen dat inzicht, blijkt uit het rapport. De onderzoekers spraken met 24 combi-instellingen, waarbij maximaal de helft van de bedrijfsactiviteiten uit jeugdzorg bestond. Van deze 24 gaven 11 aanbieders aan structureel verlies te lijden op de jeugdzorg. Brok: “Maar veel aanbieders hebben hun bedrijfsvoering niet ingedeeld naar type zorg, maar naar locatie of afdeling. Dat maakt het lastig om de jeugdzorg-geldstromen afzonderlijk in kaart te brengen.”

Juist het gebrek aan inzicht in de kosten van jeugdzorg vindt Brok verontrustend. “Van de meeste instellingen horen we wel dat ze zorg bieden onder de kostprijs, maar we kunnen het niet goed terugvinden in de financiële verslaglegging. Dat kan voor vervelende verrassingen in het jeugdzorglandschap zorgen.”
“Combi-aanbieders kunnen beslissen om na jaren van verlies helemaal te stoppen met het aanbieden van jeugdzorg”, zegt Barend Alblas, onderzoeker bij de NZa en mede-auteur. “Dat is een risico voor de continuïteit. Een derde deel van alle gespecialiseerde jeugdzorg wordt uitgevoerd door combi-instellingen. De aanbieders die wij spraken zijn grote organisaties, met elk meer dan twee miljoen euro omzet aan jeugdzorg, vaak met complexe jeugdhulp in huis. Dat draag je niet makkelijk over aan andere aanbieders.”

Leren van andere zorgstelsels

De onderzoekers keken ook naar de administratieve lasten voor de jeugdzorg bij combi-instellingen. Die blijken een stuk hoger te liggen dan bij andere zorgtakken. “Aanbieders vinden de Wet langdurige zorg bijvoorbeeld veel overzichtelijker”, zegt Alblas. “Het aantal zorgkantoren is beperkt, terwijl er bij de jeugdzorg veel regio’s zijn met verschillende werkwijzen. Dat zorgt voor extra overhead.” Een van de aanbevelingen in het rapport is dan ook om lering te trekken uit andere zorgstelsels en meer te standaardiseren. “De Hervormingsagenda zet daarin al de eerste stappen”, aldus Alblas, “maar er valt nog meer te winnen.”

"Aanbieders vinden de Wet langdurige zorg veel overzichtelijker dan de Jeugdwet."

In het onderzoeksrapport staan meerdere aanbevelingen, aan de rijksoverheid, gemeenten, aanbieders en aan de JA en NZa zelf. “Eigenlijk moet iedereen in beweging komen om de jeugdzorg financieel gezond te krijgen”, zegt Brok. “We moeten leren van andere stelsels, standaardiseren waar dat kan, open met elkaar in gesprek gaan over tarieven, en meer inzicht krijgen in de kosten en baten van de zorg.”

Gebrek aan informatie

Dat inzicht in de kosten en baten van jeugdhulp ontbreekt nu vaak nog, bij zowel aanbieders als gemeenten. “Bij een aanbesteding vragen wij altijd informatie op bij gemeenten”, vertelt Snijders, de bestuurder van Youz. “Lang niet alle gemeenten zijn dan in staat om een overzicht te bieden van de zorg die er de afgelopen jaren is geboden, of waar bijvoorbeeld de hiaten zitten. Dat maakt het lastig om te besluiten wat je wel en niet gaat behandelen.”

Tegelijkertijd verbaast de bestuurder zich over gebrekkige administratie bij sommige jeugdhulpinstellingen. “Als je niet goed weet wat een behandeling kost, hoe kun je dan weten welk tarief je moet accepteren?” De keren dat Youz zich onlangs terugtrok uit een aanbesteding, omdat de tarieven niet toereikend waren, bleek er alsnog een andere aanbieder te zijn die wel een contract afsloot. “Dat maakt het lastig. Het lijkt alsof wij er niet toe bereid zijn. Terwijl die anderen instellingen het waarschijnlijk ook niet kunnen doen zonder verlies te draaien. Ik vrees dat zij over een paar jaar alsnog aankloppen voor hulp.”

Lees ook het nieuwsbericht van Binnenlands Bestuur over het rapport Financiering jeugdzorg bij combinatie-instellingen.

Verlies nemen

Onderzoeker Brok herkent de situatie. “Soms schrijven aanbieders zich toch in, ook al weten ze dat ze verlies zullen draaien op de jeugdzorg. Ze willen dan bijvoorbeeld heel graag dat een zorglocatie door blijft draaien, of dat ze een doorgaande zorglijn kunnen blijven bieden.”
Alblas: “Daar is best wat voor te zeggen. Voor cliënten is het fijn als ze dezelfde zorg blijven krijgen wanneer ze 18 jaar worden. Maar dat moet wel rendabel zijn.”
Brok: “Die kruissubsidiëring, waarbij jeugdhulp wordt betaald uit andere zorginkomsten, is gewoon onwenselijk. Het geld wordt besteed waar het niet voor bedoeld is. Dan klopt er eigenlijk iets niet in het stelsel.”

Abonneren op JA Magazine

Abonneer je gratis op het online magazine van de Jeugdautoriteit en ontvang zes keer per jaar de nieuwe editie altijd direct in je mailbox.